De entrecote bevindt zich in de rug van het rund, specifiek in de dunne lende. Dit deel ligt tussen de ribeye en de dikke lende, langs de ruggengraat van het dier. Voor BBQ-liefhebbers is dit een geliefd stuk vlees omdat het een stevige structuur heeft met een karakteristieke vetrand aan de zijkant. Omdat de rugspier van een koe relatief weinig werk verricht, is het vlees van nature mals. Bij de bereiding op een kamado is het verstandig om te mikken op een kerntemperatuur van 52-54 °C voor een medium-rare resultaat, waarbij de vetrand de kans krijgt om zacht te worden en smaak af te geven.

Als we kijken naar de anatomie van het rund, dan vinden we de entrecote in de achtervoet, in het deel dat we de lende noemen. Het woord ‘entrecote’ komt uit het Frans and betekent letterlijk ’tussen de ribben’. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is de moderne entrecote zoals we die bij de slager kopen meestal gesneden uit de dunne lende, het deel van de rug waar de ribben ophouden.
Dit vlees grenst aan de ene kant aan de ribeye (de vette lende of hoogrib) and aan de andere kant aan de dikke lende (waar de biefstukken vandaan komen). Omdat de entrecote hoog op de rug zit, heeft het vlees een fijne draad. De spier wordt niet zwaar belast tijdens het lopen, wat ervoor zorgt dat het bindweefsel beperkt blijft and het vlees na een korte bereiding op de BBQ al heerlijk zacht is.
Wat de entrecote onderscheidt van andere delen uit de lende is de vetrand. Waar een ribeye veel intramusculair vet heeft (marmering in het vlees), zit het vet bij de entrecote vooral aan de buitenkant. Dit vet is goud waard tijdens het grillen. Het beschermt het vlees tegen uitdrogen and geeft tijdens het smelten die typische, volle rundvleessmaak af. Laat dit vet er dus altijd op zitten tijdens de bereiding, ook als je het later niet opeet.
De plek waar de entrecote zit, bepaalt hoe je het vlees moet behandelen op je kamado of grill. Omdat het vlees uit de rug komt and vrij mager is (op de vetrand na), is het gevoelig voor oververhitting. Als je een entrecote te lang laat liggen, slaat de structuur om van mals naar taai and droog.
Bij stukken vlees uit de rug werk ik zelf het liefst met een dikte van minimaal twee vingers, ongeveer 3 tot 4 centimeter. Dunner gesneden vlees is op de BBQ lastig te controleren; voordat de buitenkant een mooie kleur heeft, is de kern al voorbij de gewenste temperatuur. Wanneer je een dikker stuk hebt, kun je technieken zoals de reverse sear gebruiken om volledige controle te houden over het eindresultaat.
Het is makkelijk om de weg kwijt te raken in de verschillende benamingen voor lendenvlees. Hieronder zie je de belangrijkste verschillen:
RibeyeVette lende, voorste deel van de rugVeel marmering and een vetkern (oog)OssenhaasBinnenkant van de lendeZeer mager, geen vetrandT-boneRugwervel met botCombinatie van entrecote and ossenhaas
| Naam | Locatie / Kenmerk | Vetstructuur |
|---|---|---|
| Entrecote | Dunne lende, achter de ribben | Duidelijke vetrand aan de zijkant |
Als je een T-bone koopt, heb je dus eigenlijk een entrecote and een stuk ossenhaas met het bot er nog tussen. De plek waar de entrecote zit in de T-bone is het grootste gedeelte. Het kleinere, magere deel is de haas. Dit maakt de bereiding uitdagend, omdat de ossenhaas sneller gaar is dan de entrecote.
Nu je weet waar de entrecote zit and waarom dat invloed heeft op de structuur, kunnen we kijken naar de praktijk. Er zijn twee hoofdwegen die je kunt bewandelen: hot & fast of de reverse sear.
Deze methode is geschikt voor de dunnere steaks (tot 2,5 cm). Je grilt de entrecote direct boven de gloeiende kolen op een temperatuur van ongeveer 250 °C. Let hierbij goed op de vetrand. Het smeltende vet kan zorgen voor steekvlammen (flare-ups). Dit geeft een nare, roetachtige smaak aan je vlees. Leg het vlees even op een koeler deel van de BBQ als de vlammen te hoog worden.
Voor een entrecote van 4 centimeter dik gebruik ik altijd de reverse sear. Dit werkt als volgt:
Een fout die ik vaak zie, is dat mensen het vlees direct uit de koelkast op het hete rooster leggen. Hierdoor schrikt de spier, wat resulteert in een taaie steak. Haal het vlees minimaal een half uur van tevoren uit de koeling. Een andere misser is het te vroeg wegsnijden van de vetrand. Zelfs als je niet van vet houdt, laat je het tijdens het grillen zitten. De vetrand is de natuurlijke smaakmaker van de entrecote.
Ook het negeren van de rusttijd is zonde. Na het grillen staan de vleessappen onder druk. Als je de steak direct aansnijdt, lopen alle sappen op je plank in plaats van dat ze in het vlees blijven. Geef een entrecote minimaal 5 tot 10 minuten rust. De kerntemperatuur stijgt tijdens het rusten vaak nog met 2 tot 3 graden, houd daar rekening mee bij het van het vuur halen.
Bij het inkopen van een entrecote kijk ik altijd naar de kleur and de stevigheid van het vet. Het vet moet mooi wit of licht romig zijn and stevig aanvoelen. Dit wijst op een goede kwaliteit and een goede voeding van het rund. Dry-aged entrecote is ook een aanrader; door het rijpingsproces is het vochtgehalte lager and de smaak veel geconcentreerder.
Gebruik een goede kernthermometer. Vertrouw niet op je gevoel of op de tijd. De dikke van het vlees, de begintemperatuur and de hitte van je kolen variëren elke keer. Meten is de enige manier om die perfecte medium-rare garing te raken. Kruid het vlees simpel met grof zeezout and pas na het grillen met versgemalen zwarte peper, om te voorkomen dat de peper verbrandt and bitter wordt.
Het begrijpen van de anatomie van je vlees maakt je een betere BBQ’er. Nu je precies weet waar de entrecote zit, snap je ook waarom die vetrand zo belangrijk is and waarom je voorzichtig moet zijn met de hitte. Door te kiezen voor een dikker stuk and de temperatuur nauwkeurig te bewaken, zet je een resultaat neer dat niet onderdoet voor een goed steakhouse. Experimenteer met de reverse sear and ontdek hoe de structuur van dit prachtige rugstuk volledig tot zijn recht komt op je eigen houtskoolvuur.
De entrecote zit in de dunne lende van het rund, wat onderdeel is van de rugspier. Het bevindt zich tussen de ribeye aan de voorkant en de dikke lende aan de achterkant, langs de wervelkolom.
Hoewel beide uit de rug komen, zit de ribeye meer naar voren (de vette lende) en bevat deze meer vetmarmering in het vlees. Waar de entrecote zit, is het vlees magerder en bevindt de vetstructuur zich hoofdzakelijk aan de buitenzijde als een rand.
Ja, het is slim om de vetrand om de centimeter licht in te kerven (niet in het vlees snijden). Dit voorkomt dat het vlees kromtrekt tijdens het grillen, omdat vet sneller krimpt dan vlees wanneer het warm wordt.
Voor een medium-rare resultaat houd je een kerntemperatuur van 52-54 °C aan. Als je de entrecote liever medium eet, mik je op 57-60 °C, maar houd er rekening mee dat het vlees dan iets steviger wordt.
Dit komt vaak doordat het vlees te koud op de grill is gegaan of te ver is doorgegaard. Omdat we weten waar de entrecote zit (een weinig actieve rugspier), hoort het vlees mals te zijn, mits je het niet verder laat garen dan medium.
Ik adviseer een dikte van minimaal 3 centimeter. Hierdoor heb je genoeg tijd om een mooie korst aan de buitenkant te krijgen zonder dat de binnenkant direct doorslaat, wat ideaal is voor de smaakbeleving.


Algemene voorwaarden | Privacyverklaring | Cookies | Cookie-instellingen | Sitemap | Website door Hmmarketing & J-concept